Zorgen voor mensen
Daarvoor staan onze medewerkers van Careyn elke dag aan de lat. Het zit in alles wat we doen en in ons DNA. Wij vinden dat het zorgen voor de wereld om ons heen daar ook bij hoort.
Om een fijne en gezonde omgeving te behouden voor onze cliënten en collega’s is verduurzaming onmisbaar. Al onze dagelijkse werkzaamheden hebben impact op het milieu: we produceren afval, stoten CO₂ uit en gebruiken veel schoon drinkwater. Daarmee belasten we het milieu en het klimaat. En juist omdat we een grote zorgorganisatie zijn, voelen we de verantwoordelijkheid om daar beter mee om te gaan.


In dit verslag kun je lezen over de speerpunten van ons duurzaamheidsbeleid: bewustwording, energie, water, afval, vervoer, eten en drinken en over CO₂-uitstoot. Ook laten we collega’s aan het woord over de renovatie en verduurzaming van locatie Snavelenburg, over de afvalscan in Maria-Oord, over gezonder en duurzamer eten in de langdurige zorg bij Swellengrebel, én over de waarde van onze afgeschreven ICT-apparaten in de rubriek ‘Wist je dat?’
Wij wensen jullie veel leesplezier.
Irene Straatsburg
Programmamanager Duurzaamheid en Milieu

Speerpunt
Communicatie en Bewustwording
Ook kennis en bewustwording hebben in 2025 onze aandacht gekregen. Via campagnes, audits en interne gesprekken groeit het bewustzijn onder medewerkers. Niet als los project, maar als iets wat je elke dag doet: van eten en drinken tot materiaalgebruik. Die beweging is belangrijk, want duurzame zorg maak je niet alleen met beleid, maar vooral met mensen op de werkvloer.
D
uurzaamheid in de praktijk: bewustwording als sleutel
Duurzaamheid is bij Careyn geen losstaand thema, maar het moet integraal onderdeel van het dagelijks handelen worden. Dat vraagt om aandacht en zorgvuldige communicatie. Ook in 2025 gaven we aandacht aan communicatie met cliënten, medewerkers en bezoekers.
Bewustwording door consistente communicatie
Bij elke vorm van communicatie (presentaties voor directie, managementteams en afdelingen, stukjes tekst voor nieuwsbrieven, gesprekken met de Centrale Cliëntenraad, onboarding voor nieuwe medewerkers, etc.) vragen we ons af: wat is voor de lezer/luisteraar nu echt interessant en van waarde? En bij elke interne audit gebruiken we de Milieuthermometer Zorg (MTZ), een belangrijk instrument en stappenplan voor het verduurzamen van álle werkprocessen. We gaan het gesprek aan met medewerkers van facilitair, techniek en zorgverlening op de werkvloer over wat duurzamer is en wat haalbaar is. Zo stimuleren we ieders betrokkenheid.


Interne audits als fundament voor verbetering
In 2025 zijn interne audits bij vier woonzorglocaties uitgevoerd volgens het MTZ-certificeringsschema. Deze audits geven niet alleen inzicht in de huidige stand van zaken, maar vormen ook een waardevol moment voor dialoog. Luisteren naar de hobbels en bobbels in de dagelijkse werkelijkheid en met elkaar praten over wat wél kan helpt om gerichte verbeteracties te bedenken en in gang te zetten.
Aansluiting bij landelijke duurzaamheidscampagnes
Daarnaast heeft Careyn actief deelgenomen aan landelijke campagnes om specifieke thema’s onder de aandacht te brengen. In mei 2025 deden we mee aan de campagne ‘Zorg zonder Afval!’ van het Milieuplatform Zorg (MPZ), gericht op afvalreductie. In oktober deden we mee aan de campagne ‘Zorg voor Energie’ van het Expertisecentrum Verduurzaming Zorg en het MPZ, met de focus op energiebesparing. Beide campagnes dragen bij aan het vergroten van bewust gedrag en het stimuleren van kleine, praktische handelingen voor minder afval en minder energieverbruik.
Campagne ‘Zorg zonder Afval’ op CareynPlein
Op ons intranet CareynPlein is een nieuwe pagina gemaakt over afval en afvalreductie. Hiermee bieden we onze collega’s toegankelijke en relevante informatie voor de strijd tegen afval bij de dagelijkse werkzaamheden. Minder kopen, minder gebruiken, vaker hergebruiken; dat is de sleutel.
Met elke campagne zet Careyn stappen richting een meer milieubewuste zorgverlening, verankerd in de praktijk van alledag.


Speerpunt
Energie
C
areyn werkt op meerdere manieren aan energiebesparing. Met bewustwordingscampagnes, met energiebesparende maatregelen en door het verbeteren van de regeling van installaties zoals gasketels en ventilatoren. Ook wekken we een deel van de stroom zelf op met 3030 zonnepanelen. In 2025 behaalden we onze doelen voor energiebesparing nauwelijks, dus we moeten nog een tandje bijzetten. In dit hoofdstuk vind je een interview over verduurzaming van locatie Snavelenburg en alle cijfers en feiten over ons energiegebruik.
Voorbereiding van Renovatie en Verduurzaming Snavelenburg
Editorial | Interview met Daniël Singotani
Een nieuw dak, een nieuwe gevel, nieuwe installaties. Dat klinkt als een flinke opknapbeurt. Maar achter de renovatie van Snavelenburg gaat véél meer schuil dan alleen slopen, sjouwen en bouwen. Want hoe vervang je een dak, zonder de bewoners te storen? Hoe plan je een renovatie als zorg altijd doorgaat? En wat betekent ‘verduurzamen’ eigenlijk in de praktijk? We spreken Daniël Singotani, projectleider Vastgoedontwikkeling, over complexe keuzes, slimme timing én zijn drijfveer.
In de zomer van 2025 merkten we dat enkele verouderde onderdelen van Snavelenburg aan vervanging toe zijn. Daniël vertelt: “Het dak, de gevel en de technische installaties kwamen tegelijk in beeld. Juist dat maakt dit project bijzonder.
We hebben een verduurzamingsplan gemaakt en een grote DUMAVA subsidie aangevraagd. En gekregen! Zo krijgt verduurzaming van Snavelenburg een steuntje in de rug.”


De impact van verbouwing
“Stel je voor: je zit thuis op de bank en je dak moet eraf. En ze komen klussen aan de gevel en installaties. Dat is nogal wat. En bedenk: onze bewoners zijn vaak minder mobiel. Dat maakt het nog ingrijpender.”
Achter de schermen gebeurt er al van alles. “Het begint met een vraag: wat wil je precies gaan doen en welke eisen stel je. Daaruit komt een schetsontwerp en zie je de impact en grootte van verbouwing.” En dan start het echte puzzelwerk. “Omdat we aan de gevel werken onderzoeken we of er nesten zijn van vleermuizen, een bedreigde diersoort. Ook doen we trillings- en geluidsonderzoek. Pas daarna komt het definitieve ontwerp. Dat is het moment dat aannemers kunnen gaan rekenen en plannen.”
Verbouwen terwijl de winkel open blijft
De grootste uitdaging? “Het combineren van verbouwing en zorg. We onderzoeken of we op een andere locatie dagprogramma’s voor bewoners kunnen organiseren, terwijl we de werkzaamheden uitvoeren. Ook willen we gefaseerd renoveren en het goed voorbereiden.”
Wat merken de bewoners en medewerkers straks? “Een beter binnenklimaat en meer comfort. Dat zit vooral in betere isolatie. Dan blijft het binnen warmer als het buiten koud is. En op hete dagen zal men minder last hebben van de hitte.”
Zijn drijfveer
“Mijn achtergrond ligt in het bouwen van datacenters. Een compleet andere technische omgeving, waar alles sneller, strakker en harder is”, vertelt Daniël. “Maar met mijn kennis van die wereld kan ik Careyn helpen om structuur te brengen in bepaalde bouwprocessen. Dat is waarom ik het leuk vind: dat ik daar, voor mijn gevoel, écht iets aan kan bijdragen.” En niet te vergeten: na de renovatie gaat Snavelenburg minder energie verbruiken en minder CO2 uitstoten.
De start van de renovatie en verduurzaming is gepland in het eerste kwartaal van 2027.

Onze cijfers
en resultaten
O
ns doel is om jaarlijks 2% energie te besparen en 10% zonnestroom op te wekken. We werken met wettelijk verplichte energiebesparende maatregelen en voeren communicatiecampagnes. Ook onderzoeken we op diverse, meestal wat grotere locaties hoe we het energieverbruik van grote installaties beter kunnen beheren. In dit hoofdstuk lees je dat we iets meer dan 1% energie bespaard hebben en waar dat door komt.
Tabel 1. Totaal IM Energieverbruik – Meerjarengrafiek


Resultaten opwekking energie
- Opwek zonnestroom
2025 was een goed jaar voor zonnestroom. We hebben 815 megawattuur (MWh) stroom opgewekt met 3030 zonnepanelen. Tabel 2 laat zien hoeveel stroom we elk jaar zelf opwekken met onze panelen.
Tabel 2. Opgewekte zonnestroom per jaar (in megawattuur, MWh).

De stroom die intramuraal nodig is, hebben we voor 9% zelf opgewekt (tabel 3). Dat is iets minder dan de 10% die we willen.
Tabel 3. Stroomverbruik intramuraal, de trend ten opzichte van 2018 (in %) en het percentage zelf opgewekte stroom.

Resultaten energieverbruik
- Stroom
Tabel 3 laat zien hoeveel stroom we elk jaar intramuraal verbruiken, hoe het verbruik is veranderd sinds 2018 én hoeveel % van ons verbruik we zelf opwekken. Het stroomverbruik van 30 woonzorglocaties (intramuraal dus) was in 2025 2% lager dan in 2024 en 16% lager dan in 2018.
Het doel om jaarlijks 2% minder stroom te verbruiken is behaald. Maar Careyn moet in 2026 versneld grotere maatregelen treffen om een verdere daling van stroomverbruik en dus CO2-uitstoot te bereiken (zie paragraaf (externe link, opent in nieuw tabblad)CO2-uitstoot).


- Aardgas
In 2025 hebben 21 intramurale locaties samen 3% meer gas verbruikt dan in 2024 en 19% minder dan in referentiejaar 2018 (tabel 4). Opvallend genoeg is het gasverbruik flink gestegen in vier kleinere huurlocaties, één grote huurlocatie en één grote eigendomslocatie. In de kleine huurlocatie Torenhoeve is vermoedelijk warmteverlies opgetreden tijdens renovatiewerkzaamheden aan het dak. Voor het hoge gasverbruik op de andere locaties is nog geen verklaring gevonden.
Het doel om jaarlijks 2% minder gas te verbruiken is helaas niet behaald.
Tabel 4. Gasverbruik intramuraal, het verschil met vorig jaar en de trend ten opzichte van 2018.

- Stadswarmte
Zes intramurale locaties in Utrecht worden verwarmd met stadswarmte, wat minder milieubelastend is. De CO2 uitstoot door verwarmen via dit warmtenet is ongeveer 50% minder dan via een cv-ketel op aardgas. Tabel 5 laat zien hoeveel gigajoule (GJ) stadswarmte we gebruiken voor verwarming van ruimtes en warm water.
Het warmteverbruik lijkt te dalen. dat zou mooi zijn, maar helaas zijn de cijfers niet altijd betrouwbaar. Bovendien hebben we de verwarming van deze locaties en appartementen niet helemaal in eigen hand. Het is de moeite waard om met hulp van experts de instelling van deze stadswarmte te optimaliseren.
Tabel 5. Verbruik van stadswarmte in Utrecht voor verwarming van ruimtes en warm water.

-
Warmte-koude opslag (WKO)
Daarnaast heeft Careyn voor twee woonzorglocaties (Buitenhof en De Prinses) warmte ingekocht uit een externe Warmte-koude opslaginstallatie (tabel 6). Deze warmte wordt opgewekt met een mix van grijze en groene stroom en is minder belastend voor het milieu dan de verbranding van aardgas. De warmte wordt gebruikt voor ruimteverwarming en warm tapwater. Het verbruik in 2025 was in 2025 veel lager dan in 2021, het eerste jaar waarin beide locaties volledig operationeel waren.
Tabel 6. Verbruik van warmte uit een externe warmte-koude opslag in Utrecht voor verwarming van ruimtes en warm water.


Speerpunt
Water
B
ij Careyn doen we ons best om slim en bewust water te besparen op onze zorglocaties. En toch is dat niet altijd voldoende. Waarom? Dat lees je in dit hoofdstuk.
M
et waterbesparende douchekoppen en kranen, minder grote toiletspoelingen en meer zuinige wasmachines proberen we ons waterverbruik structureel te verlagen. Toch blijft oplettendheid geboden bij lekkages, storingen in spoelsystemen, druppelende kranen en onbedoeld lopende buitenkranen.


Resultaten
In 2025 is het waterverbruik met 7% toegenomen (tabel 7). Dit hadden we niet verwacht, want sinds 2020 was het verbruik juist dalende. In vijftien locaties (acht eigendom en zeven huurlocaties) is het waterverbruik sterk toegenomen. Na intern onderzoek bleken er lekkages en een storing in spoelautomaten voor legionellapreventie te zijn geweest. Die spoelautomaten spoelen de boilervaten en leidingen op gezette tijden. Daar kan het dus misgaan, blijkt. Ook hebben we gehoord dat door onoplettendheid een tuin langdurig werd besproeid. Laten we elkaar scherp houden en onze aandacht voor lekkages én overmatig waterverbruik -vooral tijdens de zomer- stimuleren.
Tabel 7. Waterverbruik intramuraal, het verschil met vorig jaar en de trend ten opzichte van 2018.


Speerpunt
Afval
Beter omgaan met grondstoffen doen we niet alleen door meer afval te scheiden en minder restafval te verbranden. Ook door bewuster en minder te kopen en vaker spullen een tweede leven te geven kunnen we beter omgaan met grondstoffen. In dit hoofdstuk laten we zien hoe we bij Careyn aandacht geven aan afvalscheiding en bewustwording, bijvoorbeeld met een afvalscan op locatie Maria-Oord. De reportage over de afvalscan in dit verslag is zeker het lezen waard!
O
p alle woonzorglocaties wordt wettelijk verplicht afval gescheiden. Denk aan batterijen, lampen en ander klein chemisch afval, naalden en ander specifiek ziekenhuisafval. Ook restmedicatie, glas, papier, karton en frituurvet worden gescheiden van restafval. Gemiddeld werd in 2025 door medewerkers van dertig woonzorglocaties 14% van het afval gescheiden voor recycling, net als in 2024. Ter vergelijking: een gemiddeld verzorgings– of verpleeghuis in Nederland scheidt 25% van het afval, aldus het Milieuplatform Zorg (MPZ). We hebben dus nog heel wat stappen te zetten om net zo veel afval te scheiden als vergelijkbare organisaties.
We laten per afvalstroom zien hoeveel we scheiden sinds het begin van de meting (meestal 2018). Tabel 8 laat zien hoeveel kilo papier en karton we jaarlijks afvoeren uit intramurale locaties.
Tabel 8. Inzameling van papier en karton bij Careyn woonzorglocaties door de jaren heen vanaf 2018.

De grootkeukens van locaties Woerdblok en De Ark produceren meer dan 200 kilo etensresten (swill) afval per week en zijn daarom verplicht om etensresten te scheiden. Jaarlijks wordt elfduizend kilo etensresten apart ingezameld. Renewi zet dit soort organisch afval om in compost, stalstrooisel of vloeibare CO2, bio-LNG en groen gas. Dit helpt Careyn om de CO-emissie te verkleinen. Tabel 9 laat zien hoeveel kilo swill (etensresten), frituurvet en glas we jaarlijks afvoeren uit intramurale locaties.
Tabel 9. Inzameling van swill (etensresten) bij de restaurants van twee grote woonzorglocaties door de jaren heen vanaf 2018.

Veel locaties scheiden zacht verpakkingsfolie, dat goed gerecycled kan worden. Dit folie zit als beschermfolie om de karren met schoon platgoed, bijvoorbeeld. Tabel 10 laat zien hoeveel kilo zacht plastic folie de medewerkers verzamelen.
Tabel 10. Inzameling van zacht kunststof en schoon folie bij woonzorglocaties door de jaren heen vanaf 2018.

Plastic- en drinkpakkenafval (PD) is een nieuwe afvalstroom bij Careyn. Tabel 11 laat zien hoeveel kilo verpakkingen van plastic en drinkpakken of drankenkartons we hebben verzameld sinds de start in december 2023. In 2025 is op twintig woonzorglocaties meer dan zesentwintigduizend kilo PD-afval gescheiden. Dit verlaagt de afvalverwerkingskosten en CO2-uitstoot, omdat het plastic niet meer wordt verbrand.
Tabel 11. Inzameling van plastic- en drinkpakkenafval (PD) bij woonzorglocaties sinds 2023.

Afvalscan Maria-Oord:
“Wat er écht in onze afvalbak belandt!”
Editorial | Jayanti Jadoenath | Facilitair Adviseur Careyn
Afval is afval. Wat in de prullenbak verdwijnt, is weg. Maar welk afval gooien we eigenlijk weg? Bij Careyn besloten we om daar eens goed in te duiken. Letterlijk… Als onderdeel van het MPZ-restafval verbetertraject, hebben we het afval van zorglocatie Maria-Oord grondig onderzocht met een afvalscan. Dit hield in: zakken open, sorteren, wegen en begrijpen wat er écht gebeurt.


De scan is de eerste stap in een tweejarig traject van Stimular en Milieu Platform Zorg (MPZ), gericht op het terugdringen van grondstoffenverbruik. Samen met AfvalBackx, specialist in afvalonderzoek, werd zichtbaar wat we weggooien.
De locatie Maria-Oord was niet zomaar gekozen. Hier wordt sinds augustus 2024 plastic verpakkingen en drankenkartons (PD-afval) gescheiden. De afvalscan moest ons laten zien, of het scheiden van PD-afval eigenlijk wel werkt. Ook waren we benieuwd, of er verschil was tussen De Kliniek, waar PD-scheiding al is ingevoerd, en andere afdelingen. Dit allemaal met het doel om 25% minder restafval te laten verbranden in 2026.
Afval sorteren
Begin mei 2025 werd het fietsenhok van Maria-Oord omgebouwd tot onderzoeksplek met een sorteertafel, afvalbakken en een weegschaal. In één ochtend werd het afval van afdelingen handmatig gesorteerd. Samen met Harry Hendriks, projectmedewerker van Maria-Oord, en Lars Backx van AfvalBackx werd elk onderdeel bekeken, besproken en gewogen. Terwijl het afval werd gescheiden spraken ze over regels, gedrag en verbeterkansen. De scan werd daarmee meteen ook een moment van bewustwording.
We hebben van dit moment ook een vlog gemaakt om mensen te laten zien hoe zo’n afvalscan eruitziet.
Bekijk hier de vlog (externe link, opent in nieuw tabblad)


En het resultaat?
De foto’s hiernaast geven al een aardig beeld.
- Er is 63,4 kilo afval geanalyseerd. Daarin blijkt slechts 14,7% daadwerkelijk restafval te zijn. Dit betekent dat 85,3% afval gescheiden had kunnen worden.
- Het meeste afval was etensresten (39%). Dat was ook een kwestie van verspilling. Een deel van het eten bleek zelfs ongeopend te zijn weggegooid.
- Daarnaast vonden we luiers (19,1%) en PD-afval (14,2%) in het restafval.
- Ook materialen als papier, glas en plastic werden nog regelmatig verkeerd weggegooid.
- Verder viel ons het gebruik van wegwerpartikelen, het weggooien van blik of glas met statiegeld en het onjuist afvoeren van wasserijtextiel op.
De belangrijkste lessen
De afvalscan laat duidelijke verschillen zien tussen afdelingen. Op de Kliniek, waar PD-scheiding al is ingevoerd, werd nog maar ongeveer 6% PD in het restafval aangetroffen. Bij Poldermolen was dat 16% en bij kleinschalig wonen 22%. Dat laat zien dat ingezette veranderingen in de Kliniek effect hebben, maar ook dat er nog ruimte is om verder te verbeteren.
De belangrijkste les? Speciale afvalbakken, containers en afbeeldingen met instructies (afvalwijzers) alleen zijn niet voldoende. Gedrag en bewustwording maken het verschil. In de zorg, waar het primaire proces vooropstaat, vraagt dat aandacht.
En hoewel de afvalscan een momentopname is, zien we dat de grootste winst zit in minder voedselverspilling, beter scheiden en bewuster gebruik van materialen. Met relatief kleine stappen is al snel grote impact te maken voor het milieu én de kosten. Met deze afvalscan is de eerste stap gezet van inzicht naar verandering.

Inco scheiden
Op locatie Bernissesteyn is incontinentiemateriaal een aparte afvalstroom sinds oktober 2022. Dit afval wordt opgehaald door Netwerk N.V. voor verwerking in de ARN Centrale te Weurt volgens een proces met minder CO2-uitstoot dan de gebruikelijke verbranding (als restafval). De (8%) fractie plastic wordt afgescheiden voor recycling.
Het incontinentiemateriaal van andere locaties wordt nog altijd samen met het restafval verbrand. Tot nu toe is er geen mogelijkheid om meer incontinentiemateriaal als aparte afvalstroom te verwerken met minder CO2-uitstoot.
In 2025 hebben bewoners en medewerkers meer dan 6000 kilo incontinentiemateriaal afval gescheiden (tabel 12). Dat draagt goed bij aan het terugdringen van de CO2-uitstoot. Alle kleine beetjes helpen.
Tabel 12. Inzameling van incontinentiemateriaal bij Careyn zorglocatie Bernissesteyn sinds 2022.


Speerpunt
Vervoer
I
n dit hoofdstuk lees je de resultaten van het wettelijk verplichte onderzoek naar het werkgebonden vervoer (WPM). Daarna geven we wat feiten over de samenstelling van ons wagenpark. Want meten is weten. En nodig om stap voor stap te werken aan duurzamer vervoer.
We reizen heel wat af in de ouderenzorg. Van huis naar een wijkzorgteam-, woonzorg- of kantoorlocatie (woon-werkverkeer) en van cliënt naar cliënt of tussen locaties (zakelijk verkeer of dienstreizen). Sinds 2024 doet Careyn wettelijk verplicht onderzoek naar het werkgebonden vervoer, net als andere bedrijven met meer dan 100 medewerkers. Deze ingrijpende maatregel geeft de overheid én Careyn inzicht in het brandstofgebruik en helpt de overheid bij het maken van beleid en het stimuleren van duurzaam vervoer bij grote organisaties.

In 2025 hebben we 38.916.133 kilometer gereisd en met deze gereisde kilometers is 4.035.543.325 gram CO2 uitgestoten (tabel 13). Dat zijn ongrijpbare getallen. Daarom even wat vergelijkingen.
Careyn zou per medewerker 42,3 bomen moeten planten om 881,3 kg CO2-uitstoot per medewerker te compenseren. Iedere medewerker van Careyn is gemiddeld 45,2 keer de Alpe D’Huez op gefietst. Gemiddeld is 632,8 km per medewerker gefietst. Iedere medewerker van Careyn heeft gemiddeld 0,8 retourtjes Amsterdam Parijs met het OV gereisd. Dat is gemiddeld 667,8 km per medewerker met het OV.
Tabel 13. Reisafstand (in kolometers) en CO2-uitstoot (in tonnen) door zakelijk verkeer (dienstreizen) en woon-werkverkeer in 2025.

En met welke vervoersmiddelen maken we de meeste kilometers? Met de benzineauto. De cirkeldiagrammen hieronder laten zien met welke vervoersmiddelen en brandstoffen we de meeste kilometers maken van huis naar werk (figuur 2) en van werk naar werk (figuur 3). We reizen meer dan een derde deel van de dienstreizen met schoon vervoer zoals elektrische of hybride voertuigen en fietsen (27%, rode taartpunt) en openbaar vervoer (5%, groene taartpunt, figuur 3).
Voor woon-werkverkeer ligt dat lager: slechts 13% van de afstand leggen we af met schoon vervoer (rode taartpunt). Maar van huis naar werk maken we wel veel meer gebruik van het OV (10%, groene taartpunt in figuur 2). Dat is mooi, want we reizen verreweg de meeste kilometers van huis naar werk (29,4 miljoen kilometer, tabel 13).


Ons wagenpark: feiten en cijfers
Careyn heeft een wagenpark met 30 auto’s. Dat zijn teamauto’s, (rolstoel)busjes en arbeidsvoorwaardelijke auto’s. Zes van de dertig auto’s zijn eigendom.
Van de 30 auto’s hebben 17 auto’s emissieklasse A. De benzine- of elektrische auto’s met dit label zijn minstens 15% zuiniger dan gemiddeld.
In 2025 is de gemiddelde CO₂-uitstoot van het Careyn-wagenpark verder gedaald naar 68 gram per kilometer (g/km). In 2024 was de uitstoot nog 71 g/km. De samenstelling van het wagenpark heeft dus echt effect. We zijn op de koers richting lagere CO₂-emissies.
In 2025 reden er tien elektrische auto’s:
- twee teamauto’s voor (specialistische) thuiszorg;
- één bestelbus voor gebruik overdag door facilitair. In de avond, nacht en weekenden door de verpleegkundige achterwacht;
- één bestelbus voor ICT; en
- zes arbeidsvoorwaardelijke auto’s.
Ook reden er drie hybride auto’s in de thuiszorg.
De drie teamauto’s zijn hybride (combinatie tussen benzine en elektrisch rijden). De overige auto’s rijden op benzine of diesel.
Er zijn 150 elektrische fietsen beschikbaar voor medewerkers van wijkverpleging en specialistische teams.
Careyn heeft een wagenpark met 30 auto’s. Dat zijn teamauto’s, (rolstoel)busjes en arbeidsvoorwaardelijke auto’s. Zes van de dertig auto’s zijn eigendom.
Van de 30 auto’s hebben 17 auto’s emissieklasse A. De benzine- of elektrische auto’s met dit label zijn minstens 15% zuiniger dan gemiddeld.
In 2025 is de gemiddelde CO₂-uitstoot van het Careyn-wagenpark verder gedaald naar 68 gram per kilometer (g/km). In 2024 was de uitstoot nog 71 g/km. De samenstelling van het wagenpark heeft dus echt effect. We zijn op de koers richting lagere CO₂-emissies.
In 2025 reden er tien elektrische auto’s:
- twee teamauto’s voor (specialistische) thuiszorg;
- één bestelbus voor gebruik overdag door facilitair. In de avond, nacht en weekenden door de verpleegkundige achterwacht;
- één bestelbus voor ICT; en
- zes arbeidsvoorwaardelijke auto’s.
Ook reden er drie hybride auto’s in de thuiszorg.
De drie teamauto’s zijn hybride (combinatie tussen benzine en elektrisch rijden). De overige auto’s rijden op benzine of diesel.
Er zijn 150 elektrische fietsen beschikbaar voor medewerkers van wijkverpleging en specialistische teams.

Speerpunt
Eten en Drinken
In dit hoofdstuk lees je een uitgebreid interview met diëtist Judith Martis over de milieubelasting van voeding, over gezonde en duurzame voeding en over het belang van goede eiwitten. Maar eerst beschrijven we kort de resultaten van de jaarlijkse voedselverspillingsmetingen.
O
p meerdere grote zorglocaties wordt jaarlijks de voedselverspilling bij de warme maaltijden gemeten. Op locaties Snavelenburg, Swellengrebel en Warande hebben we dit zelfs op meerdere afdelingen gemeten.
Met deze metingen leren we wat we precies overhouden en weggooien en hoe we de inkoop van de hoeveelheden cliëntenvoeding kunnen verbeteren. Uit dertien metingen zien we dat gemiddeld 18% van het eten werd verspild. Dit is lager dan de norm van 20% voor het nieuwe niveau zilver van de milieuthermometer (MTZ)-certificering. Maar niet zo laag als in 2024 (13%).
De afvalscan in het hoofdstuk Afval laat ook zien dat we bij de broodmaaltijden voedsel weggooien, bijvoorbeeld omdat het over de datum is. Kortom, we doen het nog niet zo slecht bij de warme maaltijden maar minder voedsel verspillen bij de broodmaaltijden blijft een aandachtspunt.
Duurzamer eten in de langdurige zorg bij Swellengrebel
Editorial | Interview met verpleeghuisdiëtist Judith Martens
In 2025 werd op zorglocaties Swellengrebel en Nieuw Tamarinde een nulmeting uitgevoerd om de milieubelasting van cliëntenvoeding in kaart te brengen. De meting was het startpunt voor verschillende initiatieven (in 2026) voor meer gezonde en duurzame keuzes in de voeding voor onze -vaak kwetsbare- bewoners en cliënten. Maar hoe maak je verantwoorde keuzes voor een kwetsbare doelgroep? We bezochten Swellengrebel en vroegen diëtist Judith Martis hoe het onderzoek naar milieubelasting van cliëntenvoeding er in de praktijk uitzag.


Judith, wat was eigenlijk de aanleiding dat jullie met de nulmeting zijn begonnen?
“Die aanleiding ligt bij de strategie van Careyn. We willen voldoen aan de Greendeal Duurzame Zorg en daarvoor is certificering via de Milieuthermometer nodig. Tegelijkertijd zie je dat zorgverzekeraars vanaf 2030 alleen nog willen samenwerken met organisaties die deze doelen halen. Dus in 2026 willen we zilver behalen voor alle locaties en het hele concern.
We weten dat voeding een enorme impact heeft. Ongeveer een derde van de klimaatbelasting komt door voedselproductie en -consumptie, vooral door vlees en zuivel. Binnen Careyn zit de grootste winst bij cliëntenvoeding, dus daar zijn we dan ook begonnen met het onderzoek.”
Wat hield die nulmeting precies in?
“We hebben samen met een extern onderzoeker en met hulp van een ZonMW subsidie gekeken naar de bestellingen van al het eten en drinken in drie maanden tijd van twee locaties, Nieuw Tamarinde en Swellengrebel.
Daar waren meerdere disciplines bij betrokken, zoals de coördinator, adviseur en manager facilitair, de programmamanager duurzaamheid en de diëtisten van beide onderzoekslocaties.
In het onderzoek werden de voedingscomponent (zoals aardappelen, vlees, groenten, maar ook alle zuivel, brood, eieren, sap en koek) gekoppeld aan een milieuscore. Dat leverde in het begin ook vragen op. Zoals wat betekent die score precies? En welke soorten voeding ontbreken in de menu’s van die drie maanden? We hadden bijvoorbeeld weinig peulvruchten in de menu’s, terwijl peulvruchten zo gezond zijn! Daarom zien we de meting echt als een startpunt om verder te bouwen aan de eiwittransitie.”
Jullie hebben het vaak over de eiwittransitie. Wat bedoelen jullie daarmee?
“De transitie gaat om een stapsgewijze invoering van meer plantaardige eiwitten, omdat dierlijke eiwitten een grotere impact hebben op het milieu. Eiwitrijke producten zijn vlees, vis, kip, tofoe, kaas, melk, kwark, yoghurt, vla, sojadrink, erwtendrink, sojakwark en sojayoghurt, volkoren granen pap, brood, volkoren granen, peulvruchten, noten en pinda’s. En eieren natuurlijk.
Plantaardige eiwitten zijn gezond voor hart- en bloedvaten; ze bevatten meer vezels en minder verzadigd vet. Alleen hebben plantaardige eiwitten meestal een lagere eiwit hoeveelheid en een lagere kwaliteit dan dierlijke eiwitten. De verteerbaarheid en het aminozuurprofiel van plantaardige eiwitten is anders. Daardoor is er méér van de plantaardige eiwitten nodig in het menu om dezelfde kwaliteit te bereiken voor kwetsbare bewoners. Dit geeft een extra uitdaging bij bewoners die vaak ook al een verminderde eetlust hebben en dus minder voeding innemen.”
Want gezondheid blijft natuurlijk het belangrijkst!
“Precies. De bewoners zijn veelal een kwetsbare doelgroep. Dus veranderingen – zoals meer plantaardig eten – zijn alleen mogelijk als dit medisch verantwoord is én past binnen hun vrijheid en wensen. Je moet dus heel zorgvuldig kijken: wat heeft iemand nodig?”
Hoe maak je dan tóch duurzamere keuzes?
“Door kleine stappen te zetten en elkaar te betrekken vanuit meerdere disciplines, multidisciplinair. We gaan per maaltijd bekijken of de eiwithoeveelheid – en kwaliteit klopt.”
Hoe ziet dat er concreet uit op het bord?
“Vaak zijn het kleine aanpassingen. We serveren bijvoorbeeld vaker wit vlees zoals kip in plaats van rood vlees, of maken een gerecht met iets minder vlees maar wel voldoende eiwit. We experimenteren met plantaardig verrijkte producten en gebruiken vaker linzen als eiwitbron. Het mooie is: bewoners merken het vaak niet eens.”
Hoe reageren bewoners op deze veranderingen?
“Over het algemeen positief. Woorden als ‘vegetarisch’ of ‘plantaardig’ kunnen weerstand oproepen, daarom benoemen we het minder en laten we mensen vooral proeven. Dan blijkt het meestal gewoon lekker te zijn.”


Wat hebben jullie geleerd van de nulmeting?
“We zagen dat er relatief veel rood vlees werd gebruikt in Nieuw Tamarinde en Swellengrebel. Daar zit dus winst. Tegelijkertijd zagen we dat bestellingen ook worden beïnvloed door persoonlijke voorkeuren en achtergronden van medewerkers, bijvoorbeeld in de keuze voor minder varkensvlees. Het is daarom belangrijk om medewerkers mee te nemen in de verandering. Daarbij spelen ook praktische kaders een rol: voeding moet binnen krappe budgetten passen, terwijl duurzamere producten, zoals haverproducten, vaak juist duurder zijn.
Hoe gaan jullie hiermee verder in 2026?
“In 2026 gaan de zorglocaties De Ark en Swellengrebel hiermee verder in een landelijk programma Versnelling Voedseltransitie Langdurige zorg. Dat is door het ministerie van VWS gesubsidieerd. Op beide locaties worden in 2026 pilots uitgevoerd, begeleid door Greendish en Eten+Welzijn. De pilot in Swellengrebel wordt echt een samenwerking van diëtisten, onze smaakchefs van Albron, de zorg, welzijn, facilitair medewerkers en ondersteunende partijen zoals ‘Goede Zorg Proef Je’. Als multidisciplinair team gaan we zoeken naar de juiste invulling van het voedingsbeleid, en juist dat maakt het waardevol. Je leert van elkaar.”
Wat wordt de grootste uitdaging?
“De balans vinden. De bewoner staat altijd op één. Mensen houden hun vrijheid om te eten wat ze willen. Maar binnen het aanbod kun je wel sturen, bijvoorbeeld door duurzamere keuzes aantrekkelijker te maken.”
En wanneer is de pilot in Swellengrebel voor jullie geslaagd?
“Als iedereen meedoet. Van kok tot zorgmedewerker. En als we bij een volgende meting -eind 2026- echt verschil zien. Want we willen op meerdere locaties een (nul)meting van de milieubelasting van cliëntenvoeding laten uitvoeren. Voor ons zit de kracht zit in kleine, haalbare stappen. Als je die volhoudt, maak je samen een groot verschil.”

CO2-uitstoot en MTZ-certificering
CO2-uitstoot en Green Deal doelen
Careyn heeft de Green Deal Duurzame Zorg 3.0 ondertekend. Dat betekent onder meer, dat Careyn de CO2-uitstoot wil terugbrengen met 55% (t.o.v. 2018) in 2030 en klimaatneutraal wil zijn in 2050.
Daarom koopt Careyn al jaren 10% groene, Nederlandse windstroom in en vanaf 2026 zelfs 30%. Die windstroom is CO2-emissievrij.
Figuur 4 laat zien waar onze CO2-uitstoot vandaan komt. In 2025 is de top drie: woon-werkverkeer (32%), brandstof & warmte (28%) en elektriciteit (26%). De grootste bron van de CO2-uitstoot was in 2025, dus het woon-werkverkeer!

Figuur 4. Verdeling van onze CO2-uitstoot in acht categorieën.


CO2-uitstoot sinds 2018
Figuur 5 laat zien hoe onze CO2-uitstoot door elektriciteit (oranje) en brandstof & warmte (vooral aardgas en stadsverwarming; geel) is gedaald sinds 2018. Vanaf 2024 zijn we gaan bijhouden, hoeveel CO2 we uitstoten met ons woon-werkverkeer (lichtgroen) en ons zakelijk verkeer (donkergroen). De CO2-uitstoot van de intramurale gebouwen was in 2025 iets lager dan in 2024 (oranje en gele balken). De CO2-uitstoot van ons vervoer (licht- en donkergroene balken) is gelijk gebleven.

Figuur 5. CO2-uitstoot intramuraal (2018-2025) en van vervoer (2024-2025).
Figuur 6 is een zogenaamde doelgrafiek voor de gebouwgebonden CO2-uitstoot. De CO2-uitstoot van ons vervoer is hier niet in verwerkt.
De CO2-uitstoot is in 2025 minder gedaald dan gehoopt. De uitstoot (groen bolletje) is nog wel op de doellijn (blauwe stippellijn). De doellijn is gemaakt opzichte van 2018. De doellijn laat zien wat de uitstoot moet zijn als Careyn elk jaar 5% minder CO2 wil uitstoten en het Green Deal doel (55% minder in 2030 t.o.v. 2018) wil halen.
De CO2-uitstoot van vervoer en andere scope 3 (keten)emissies zijn nog niet verwerkt in de doelgrafiek, omdat de CO2-uitstoot in het referentiejaar 2018 niet bekend is. In het verslag van 2026 proberen we daar wel een beeld van te geven.
Figuur 6. Gebouwgebonden CO2-uitstoot (2018-2025) zonder CO2-uitstoot van vervoer.
MTZ-Certificering en Green Deal doelen
In april 2025 zijn zes van achtentwintig zorglocaties steekproefsgewijs door een externe auditor gecontroleerd volgens het Milieuthermometer Zorg certificeringschema 6. Negen locaties hebben niveau zilver; de andere locaties hebben niveau brons sinds 2024.
In 2026 worden de intramurale locaties, concernstaf afdelingen, directies en management geauditeerd volgens het nieuwe MTZ-certificeringsschema 7. Dat wordt een proefaudit op het nieuwe niveau zilver. In de meerjarenstrategie 2026-2029 is bepaald, dat Careyn aan de Green Deal doelen wil voldoen. De eisen van het nieuwe MTZ_s7 niveau zilver zijn in overeenstemming met deze Green Deal doelen.
In 2027 bepaalt de auditor het definitieve, nieuwe certificeringsniveau voor alle locaties en het concern.

Wist je dat…?
I
Hoe onze afgeschreven ICT-apparaten nog steeds van waarde zijn
Editorial | Interview met Diana van Doorn – Device Management
Als je denkt aan duurzaamheid in de zorg, denk je waarschijnlijk aan voeding, energie of misschien afvalscheiding. Maar smartphones, laptops en oude kabels? Diana van Doorn werkt bij Device Management en is al meer dan tien jaar betrokken bij het duurzaam verwerken van apparatuur met de organisatie WeCollect. Wat dit precies inhoudt? We gingen met Diana in gesprek.


De start van de samenwerking
“In de periode van 2014 zaten we als ondersteunende dienst nog in het Coca-Cola-gebouw in Rotterdam-Alexandrium. Ik weet nog goed dat er toen een belletje binnenkwam van WeCollect met de simpele vraag: “Of wij iets doen met het afvoeren van oude ICT-apparatuur?” Diana antwoordde: “Niet echt.” Maar doordat Careyn rond 2010 werd gefuseerd met regio Utrecht, werd het telefoonbeheer later ook overgenomen. Hierdoor moesten veel oude telefoons van collega’s worden ingewisseld voor nieuwe telefoons, en kwamen er ineens een enorme voorraad oude Nokia’s binnen. En ja, dan moet je iets. Dus dat ene telefoontje, dat werd de start van iets groters.”
WeCollect
Door WeCollect werd het mogelijk om oude smartphones, laptops, beeldschermen én allerlei randapparatuur op een verantwoorde manier af te voeren. Zo verwerkt WeCollect apparatuur op een duurzame manier: opknappen (refurbish) voor hergebruik (reuse) of slopen met behoud van de waardevolle metalen en onderdelen (recycle).
Zo ontstond er een nieuwe aanpak voor de afvoer van apparaten. Daarbij werd er een mooie regeling getroffen waarmee we afvoerkosten konden besparen, en we konden een deel van de opbrengst doneren aan goede doelen. Denk aan KiKa, Make-A-Wish en andere zorggerelateerde initiatieven.
Hoe het werkt
Maar om dit goed te regelen, gebeurt er achter de schermen verrassend veel. “Elk toestel wordt eerst volledig opgeschoond, teruggezet naar fabrieksinstellingen en administratief verwerkt. Vervolgens worden alle IMEI-nummers geregistreerd in een Excelbestand – dat teruggaat tot 2014. Dit is vooral nodig voor privacy, veiligheid én om precies te kunnen aantonen wat er met elk apparaat is gebeurd. Want stel je voor dat er ergens iets opduikt wat eigenlijk al vernietigd had moeten zijn. Ja, dan wil je je zaakjes op orde hebben. Alles wordt gecontroleerd, vergeleken en dubbel gecheckt”, vertelt Diana.
Van een paar toestellen naar duizenden apparaten
“We verzamelen de apparatuur netjes in dozen en wanneer deze vol zijn, melden we dit bij WeCollect om op te komen halen.” Volgens Diana zijn er inmiddels duizenden apparaten verwerkt. “Jaarlijks gaat het om zo’n 300 tot 500 stuks per zending. Van smartphones en laptops tot beeldschermen, kabels en opladers. En alles met hetzelfde principe: niets onnodig bij het afval, alles zo duurzaam mogelijk verwerkt”
“Wat dus begon als een praktische oplossing, is inmiddels uitgegroeid tot iets waar trots op wordt teruggekeken. Niet omdat het zo bedacht was, maar juist omdat het zo gegroeid is. “Dit is alleen mogelijk met een team van zorgvuldige collega’s.”


Wist je dat…
we bij Careyn kritisch kijken naar hoe we printen en scannen? En dat al begint bij de inkoop?
Nieuwe printers worden alleen aangeschaft als het echt nodig is. Zo bleek uit een recente analyse dat we met 25% minder apparaten toe konden, een flinke winst voor zowel kosten als milieu.
Ook bij de keuze van printers speelt duurzaamheid een grote rol. We volgen onder andere de eisen van de Milieuthermometer Zorg en de Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI) criteria van PIANOo, expertisecentrum Aanbesteden van de Nederlandse overheid. Zo zorgen we dat onze keuzes passen binnen Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen.
Maar de grootste impact? Die ligt bij ons eigen gedrag. Alles wat digitaal kan, hoeft niet geprint te worden. Elke printopdracht kost namelijk energie: het apparaat moet uit stand-by komen en gaat actief aan de slag. Minder printen betekent dus direct minder energieverbruik. We kijken continu of we het aantal printjes kunnen verminderen door procesverbetering. Zoals het plan om een overstap te maken naar Medimo, een compleet elektronisch voorschrijf- en toedienregistratiesysteem voor een veilig en efficiënt medicatieproces. Omdat dit wordt gekoppeld aan het electronisch cliëntendossier (ECD), zal dit voor aanzienlijk minder printjes zorgen.
En wat gebeurt er met oude printers? Die gaan terug naar leverancier Ricoh, die zorgt voor recycling. Zo blijven materialen zoveel mogelijk in de keten. Kortom: duurzaam printen zit niet alleen in techniek of beleid, maar vooral in bewust gebruik. Minder printen maakt het verschil.

















