
Zorgen voor mensen
Daar staan onze medewerkers van Careyn elke dag voor op. Het zit in alles wat we doen, in ons DNA. Wij geloven dat het zorgen voor de wereld om ons heen, daar ook bijhoort.
Om een fijne en gezonde omgeving te behouden voor onze cliënten en collega’s is verduurzaming onmisbaar. Onze werkzaamheden hebben impact: we produceren afval, stoten CO₂ uit en gebruiken veel schoon drinkwater. Daarmee belasten we het milieu en het klimaat. En juist omdat we een grote zorgorganisatie zijn, voelen we de verantwoordelijkheid om daar goed aan mee om te gaan.


Bij Careyn geloven we dat het anders kan. En moet. Daarom zetten we ons actief in voor maatschappelijk verantwoord ondernemen en werken we stap voor stap aan een duurzamere zorg. Geen grootse beloftes zonder actie, maar concrete stappen die bijdragen aan een leefbare toekomst – voor bewoners en cliënten, voor collega’s en vrijwilligers, en voor iedereen die na ons komt.
En daarom schrijven we elk jaar in ons duurzaamheidsverslag wat we gedaan en bereikt hebben. Veel leesplezier!
Ook in 2025 hebben we verder gebouwd op ons beleid Duurzaamheid en Milieu 2020-2023, waarbij we aan de slag gegaan met de volgende speerpunten als kompas:
- Bewustwording en inbedding in de organisatie
- Energie
- Water
- Afval
- Vervoer
- Eten en drinken
In dit verslag nemen we je mee in de voortgang, de resultaten en de stappen die nog voor ons liggen. Omdat duurzaamheid geen eindpunt is, maar een beweging waarin we samen blijven groeien.


Speerpunt
Bewustwording en inbedding in de organisatie
Om de kennis en bewustwording over duurzaamheid bij onze cliënten, medewerkers en bezoekers te verhogen, hebben we ook in 2025 op verschillende manieren met elkaar over duurzaamheid en milieu gesproken en geschreven.
D
uurzaamheid in de praktijk: bewustwording als sleutel
Duurzaamheid is bij Careyn geen losstaand thema, maar een integraal onderdeel van het dagelijks handelen. In 2025 lag de nadruk op het vergroten van de bewustwording bij cliënten, medewerkers en bezoekers. Door deze brede doelgroep actief te betrekken, wordt duurzaamheid niet alleen zichtbaar, maar ook concreet toepasbaar in onze organisatie.
Bewustwording door consistente communicatie
Om dit doel te bereiken, is ingezet op zowel schriftelijke als mondelinge communicatie. Hierbij is onder andere aandacht besteed aan de Milieuthermometer Zorg (MTZ), een belangrijk instrument voor het verduurzamen van zorgorganisaties. Door informatie actief te delen en het gesprek aan te gaan op de werkvloer, wordt kennis vergroot en betrokkenheid gestimuleerd.


Interne audits als fundament voor verbetering
In 2025 zijn interne audits uitgevoerd bij vier woonzorglocaties, volgens het MTZ-certificeringsschema. Deze audits boden niet alleen inzicht in de huidige stand van zaken, maar vormden ook een waardevol moment voor dialoog. Er zijn gesprekken gevoerd met management, facilitair coördinatoren en huismeesters over thema’s als Duurzaamheid en Milieu. Deze uitwisseling van perspectieven helpt om kansen te signaleren en gerichte verbeteracties te formuleren.
Aansluiting bij landelijke duurzaamheidscampagnes
Daarnaast heeft Careyn actief deelgenomen aan landelijke campagnes om specifieke thema’s onder de aandacht te brengen. In mei 2025 betrof dit de campagne ‘Zorg zonder Afval!’ van het Milieuplatform Zorg, gericht op afvalreductie. In oktober volgde deelname aan de campagne ‘Zorg voor Energie’ van het Expertisecentrum Verduurzaming Zorg, met de focus op energiebesparing. Beide initiatieven dragen bij aan het vergroten van bewust gedrag en het stimuleren van praktische acties.
Toegankelijke informatie via ons intranet CareynPlein
Om medewerkers optimaal te ondersteunen, is op CareynPlein een intranetpagina gelanceerd over afval en afvalreductie. Deze centrale plek biedt toegankelijke en relevante informatie, waarmee medewerkers direct aan de slag kunnen in hun dagelijkse werkzaamheden.
Door bewustwording te combineren met concrete middelen en activiteiten, zet Careyn stappen richting een duurzamere organisatie – verankerd in de praktijk van alledag.


Speerpunt
Energie
C
areyn werkt aan een duurzame energievoorziening door minder energie te verbruiken en meer zelf op te wekken. We doen dit met zonnepanelen, energiebesparende maatregelen en onderzoek naar installaties en isolatie. In 2025 behaalden we onze doelen voor energiebesparing en zonnestroom, maar we blijven werken aan betere metingen en verdere verlaging van ons verbruik.
O
ns doel is om jaarlijks 10% eigen zonnestroom op te wekken en 2% energiebesparing te voldoen.
Dit doen we door verschillende initiatieven zoals het opwekken van eigen zonnestroom met onze 3030 PV-panelen, verdeeld over zes woonzorglocaties, het uitvoeren van de wettelijk erkende energiebesparende maatregelen, het vergroten van bewustwording binnen (en buiten) onze organisatie door deelname aan communicatiecampagne Zorg voor Energie (oktober 2025), extern onderzoek volgens de EED-auditplicht en de Energy Performance Building Directive (EPBD III) en intern onderzoek en energiebeheer op grote locaties door afdeling Technisch Beheer Careyn. Daarnaast onderzoekt de afdeling hoe we de spouwmuur- en dakisolatie van onze locaties kunnen verbeteren.
Extern onderzoek heeft geleid tot adviesrapporten over verwarmingsinstallaties (EPBD-III Scope 14 inspectie), koelinstallaties (EPBD-III inspectie) en een EED-auditrapport (EED-auditplicht | RVO.nl (externe link)). Afdeling Technisch Beheer Careyn heeft gesprekken gevoerd met externe installateurs en onze beheerders voor optimalisering van instellingen van ruimteverwarming, -koeling en -ventilatie.


Resultaten zonnestroom
In 2025 werd minimaal 560 MWh stroom opgewekt met zonnepanelen (tabel 1). Dat is minder dan verwacht. In 2025 zijn veel PV1-installaties gekeurd volgens Scope 12. Daarbij is ontdekt dat de dataregistratie van de opgewekte stroom verstoord is. De panelen produceren vermoedelijk wel stroom, maar de opbrengst wordt onvolledig geregistreerd door slechte datadoorgifte (via een router) of door communicatiefouten bij omvormers.

Vermoedelijk was in 2025 meer stroom opgewekt, omdat we niet meer stroom hebben moeten inkopen dan verwacht (tabel 2). In 2026 proberen we de data van werkelijk opgewekte stroom te achterhalen. Sinds november 2025 huurt Careyn locatie De Eik in Hellevoetsluis van Maasdelta. Op dit pand zijn 152 zonnepanelen, in eigendom en beheer bij Maasdelta. We kunnen de opgewekte stroom niet toerekenen aan Careyn.
In de tien gecertificeerde, intramurale eigendomspanden werd 11% van de elektrikiteitsbehoefte opgewekt door zonnepanelen (tabel 1). Het doel om jaarlijks 10% eigen zonnestroom op te wekken is weer behaald. Het opwekken van 10% eigen stroom in te certificeren eigendomslocaties levert Careyn een extra MTZ-punt volgens het nieuwe MTZ-certificeringsschema 7.

Resultaten energiebesparing
- Stroom
In 2025 hebben de 30 intramurale locaties samen 4% minder stroom verbruikt dan in 2024 en 18% minder dan in referentiejaar 2018 (tabel 2). De cijfers van 2025 gaan ook over de Rozenhoek Hellevoetsluis, omdat Careyn De Rozenhoek nog gebruikt en de nieuwe locatie De Eik. Dit jaar rapporteren we voor het eerst over het werkelijke verbruik, namelijk de ingekochte stroom plus de opgewekte stroom minus de teruggeleverde stroom.

Het doel om jaarlijks 2% minder stroom te verbruiken is behaald. Maar Careyn moet in 2026 versneld grotere maatregelen treffen om een verdere daling van stroomverbruik en dus CO2-uitstoot te bereiken (zie paragraaf (externe link, opent in nieuw tabblad)CO2-uitstoot).

- Aardgas
In 2025 hebben 21 intramurale locaties samen 4% meer gas verbruikt dan in 2024 en 19% minder dan in referentiejaar 2018 (tabel 3). Opvallend: het gasverbruik is meer dan 4% gestegen in 4 kleinere huurlocaties, één grote huurlocatie en één grote eigendomslocatie. In de kleine huurlocatie Torenhoeve is vermoedelijk warmteverlies opgetreden tijdens renovatiewerkzaamheden aan het dak. Op het moment van schrijven is voor het hoge gasverbruik op de andere locaties nog geen verklaring gevonden. Het doel om jaarlijks 2% minder gas te verbruiken is niet behaald.

- Stadswarmte
Zes intramurale locaties in Utrecht worden verwarmd met stadswarmte, omdat dat minder milieubelastend is. In Utrecht wordt nu nog voornamelijk aardgas als bron voor stadswarmte gebruikt. De CO2 uitstoot door verwarmen via dit warmtenet is ongeveer 50% minder dan via een aardgas cv-ketel. Het warmteverbruik lijkt in 2025 lager te zijn dan in voorgaande jaren. Maar omdat de eindafrekening van Eneco pas medio 2026 komt kan het totaal nog wijzigen. De verwarming van deze locaties en appartementen hebben we helaas niet helemaal in eigen hand. Het is de moeite waard om met hulp van experts de instelling van deze stadswarmte optimaliseren.

-
Warmte-koude opslag (WKO)
Daarnaast heeft Careyn voor twee woonzorglocaties (Buitenhof en De Prinses) warmte ingekocht uit een externe Warmte-koude opslaginstallatie. Deze warmte wordt opgewekt met een mix van grijze en groene stroom en is minder belastend voor het milieu dan de verbranding van aardgas. De warmte wordt gebruikt voor ruimteverwarming en warm tapwater. Buitenhof is medio 2020 in gebruik genomen na de verhuizing van cliënten en medewerkers uit Tuindorp Oost. Op het moment van schrijven hebben we het verbruik van locatie Buitenhof in 2025 nog niet ontvangen.

“Het Voorbereiding van de Renovatie van Snavelenburg”
Editorial | Interview met Daniel Singotani
Een nieuw dak, een nieuwe gevel, nieuwe installaties… klinkt als een flinke opknapbeurt. Maar achter de renovatie van Snavelenburg gaat véél meer schuil dan alleen techniek. Want hoe vervang je een dak, zonder de bewoners te storen? Hoe plan je een renovatie als zorg altijd doorgaat? En wat betekent ‘verduurzamen’ eigenlijk in de praktijk? We spreken Daniel Singotani, die als projectleider Vastgoedontwikkeling midden in het project zit. Over complexe keuzes, slimme timing én waarom dit werk hem juist zo drijft.
In de zomer van 2025 merkten we dat er een aantal onderdelen van Snavelenburg aan vervanging toe waren, omdat ze verouderd zijn. Daniel vertelt: “Het ging dan om het dak, de gevel én de technische installaties.” Waar je zulke onderdelen normaliter los van elkaar vervangt, kwamen ze hier allemaal tegelijk aan de orde. Juist dat maakt dit project bijzonder.
“Voor het verduurzamen van een zorglocatie zijn er verschillende gerichte subsidies en financieringsmogelijkheden beschikbaar. Na het bundelen van onze initiatieven, konden we daarvoor dus een subsidie aanvragen en die hebben we gekregen. Zo maakten we er één verduurzamingsplan van.”


De impact van de verbouwing
Drie onderdelen vervangen klinkt overzichtelijk. Maar de impact? Die is groot. Daniel maakt het meteen concreet. “Stel je voor dat jij thuis op de bank zit en je hele dak gaat eraf. Dat is nogal wat. Hetzelfde geldt voor de gevel en installaties. Dan moet je nog bedenken: op een zorglocatie zijn bewoners minder mobiel. Dat maakt het nog ingrijpender.”
Voor wie niet uit de bouw komt, voelt zo’n verduurzamingstraject erg complex. Achter de schermen gebeurt er ook van alles. “Het begint met een vraag: wat wil je precies gaan doen?” Daaruit volgt het programma van eisen. Daarna een schetsontwerp. “Dan zie je de impact en de grootte van wat je gaat doen.” In het voorontwerp start het echte puzzelwerk. “We doen bijvoorbeeld vleermuisonderzoek, omdat we aan de gevel werken. Vleermuizen zijn een bedreigde diersoort, dus moeten we daar vergunningswijs ook goed mee omgaan. En voor de installaties doen we trillings- en geluidsonderzoek.” Pas daarna komt het definitieve ontwerp. “Dat is het moment dat aannemers kunnen gaan rekenen en plannen.”
Gefaseerd bouwen, rondom de zorg
De grootste uitdaging? Volgens Daniel is dat het combineren van de verbouwing met de zorg. Er wordt gekeken naar slimme oplossingen. “We hebben bijvoorbeeld een idee om op een andere locatie dagprogramma’s voor de bewoners te organiseren, terwijl we de werkzaamheden uitvoeren.” Zo willen we gefaseerd renoveren. Maar alles staat of valt met voorbereiding.”
En de bewoners, wat merken zij straks? “Een beter klimaat en meer comfort. Dat zit vooral in betere isolatie, waardoor het binnen warmer blijft. Als vastgoedeigenaren zullen we met de renovatie ons stookverbruik en CO2-uitstoot verminderen.” Daarnaast wordt ook de koeling aangepakt. “Niet echt een verduurzamingsstap, maar gaat ook meer comfort bieden. Als het buiten 35 graden is, wordt het binnen ongeveer 30.” Dat temperatuurverschil is bewust gekozen. “Zeker bij oudere mensen moet je dat niet te groot maken.”
Meebouwen aan
Als we Daniel vragen hoe hij het vindt om hieraan te werken, pauzeert hij even. “Mijn achtergrond ligt in het bouwen van datacenters. Een compleet andere technische omgeving, waar alles sneller, strakker en harder is”, vertelt Daniel. “Maar met mijn kennis van die wereld, kan ik de zorg helpen om structuur te brengen in bepaalde bouwprocessen. Dat is waarom ik het leuk vind: dat ik daar, voor mijn gevoel, écht iets aan kan bijdragen.”
De planning van de renovatie Snavelenburg gaat eerste kwartaal 2027 van start.


Speerpunt
Water
B
ij Careyn zetten we in op slimme en bewuste waterbesparing. Hoe we dat concreet doen op onze locaties? Dat lees je in dit hoofdstuk.
D
oor het gebruik van waterbesparende douchekoppen en kranen, het verminderen van toiletspoelingen en het stimuleren van volle was- en vaatladingen, verlagen we ons waterverbruik structureel. Daarnaast vervangen we verouderde apparatuur door zuinige wasmachines die minder water en energie verbruiken. Zo dragen we stap voor stap bij aan een duurzamere zorgomgeving.


Resultaten
In 2025 is het waterverbruik met 18% toegenomen. Dit is een trendbreuk, want sinds 2020 was het verbruik juist dalende. In vijftien locaties (waarvan acht eigendom en zeven huur zijn) is het waterverbruik toegenomen. Mogelijke oorzaken zijn een verandering in beleid voor legionella-preventie (vaker spoelen van boilervaten en leidingen), een hete zomer en lekkage van waterleidingen. Op het moment van schrijven zijn enkele verklaringen gevonden voor de stijging van waterverbruik. De gevonden oorzaken zijn in de sfeer van technische storingen, zoals storing in spoelautomaten voor legionella-preventie, of onvoldoende lokaal beheer op het waterverbruik, zoals langdurig sproeien van een tuin.


Speerpunt
Afval
Beter afvalbeheer doen we door meer afval te scheiden en minder restafval te verbranden. Maar ook door bewuster in te kopen en structureel aandacht te vragen voor afvalscheiding, kunnen steeds meer grondstoffen worden hergebruikt. In dit hoofdstuk laten we zien hoe we werken aan afvalscheiding bij Careyn.
O
p alle woonzorglocaties wordt wettelijk verplicht afval gescheiden. Denk aan batterijen, lampen en ander klein chemisch afval, naalden en ander specifiek ziekenhuisafval. Ook restmedicatie, glas, papier, karton en frituurvet worden gescheiden van restafval.
De grootkeukens van locaties Woerdblok en De Ark produceren meer dan 200 kilo etensresten (swill) afval per week en zijn daarom verplicht om etensresten te scheiden. Jaarlijks wordt elfduizend kilo etensresten apart ingezameld. Renewi zet dit soort organisch afval om in compost, stalstrooisel of vloeibare CO2, bio-LNG en groen gas. Dit helpt Careyn om de CO-emissie te verkleinen.
Veel locaties scheiden zacht verpakkingsfolie, dat goed gerecycled kan worden. Alleen zijn deze concrete hoeveelheden wel lastig te achterhalen.
Plastic- en drinkpakkenafval (PD) is een nieuwe afvalstroom bij Careyn. In 2025 is op twintig woonzorglocaties meer dan zesentwintigduizend kilo PD-afval gescheiden. Dit verlaagt de afvalverwerkingskosten en CO2-uistoot, omdat het plastic niet meer wordt verbrand.

Gemiddeld werd in 2025 door medewerkers van dertig woonzorglocaties 20% van het afval gescheiden voor recycling (tabel 10). Dit is de hoeveelheid gescheiden afvalstromen gedeeld door de totale hoeveelheid bedrijfsafval, restafval en gevaarlijk afval. De afvalscheiding is toegenomen. We naderen de benchmark van 25% voor een gemiddeld verzorgings– of verpleeghuis in Nederland.
Afvalscan Maria-Oord:
“Wat er écht in onze afvalbak belandt”
Editorial | Jayanti Jadoenath | Facilitair Specialist Careyn
Afval is afval. Wat in de prullenbak verdwijnt, is weg. Maar hoe gooien we eigenlijk ons afval weg? Bij Careyn besloten we om daar eens goed in te duiken. Letterlijk… Als onderdeel van het MPZ-restafval verbetertraject, hebben we het afval van zorglocatie Maria-Oord grondig onderzocht met een afvalscan. Dit hield in: zakken open, sorteren, wegen en begrijpen wat er écht gebeurt.


De scan is de eerste stap in een tweejarig traject van Stimular en Milieu Platform Zorg, gericht op het terugdringen van grondstoffenverbruik. Samen met AfvalBackx, specialist in afvalonderzoek, werd zichtbaar wat we weggooien, en vooral wat we beter kunnen doen hierin. De locatie Maria-Oord was niet zomaar gekozen. Hier wordt sinds augustus 2024 PD-afval gescheiden (plastic verpakkingen en drankenkartons). De afvalscan gaf inzicht in of het scheiden eigenlijk werkt. En hoe verhoudt deze aanpak zich tot verschillende afdelingen? Dit allemaal met het doel om in 2026 25% minder restafval realiseren. Op dit moment ligt de recyclinggraad nog rond de 15 tot 20%.
Afval sorteren
Begin mei werd het fietsenhok van Maria-Oord omgebouwd tot onderzoeksplek. Met een sorteertafel, afvalbakken per stroom en een weegschaal werd in één ochtend het afval van afdelingen handmatig gesorteerd. Samen met facilitair coördinator Harry Hendriks en Lars van AfvalBackx werd elk onderdeel bekeken, besproken en gewogen. Terwijl het afval werd gescheiden, ontstonden gesprekken over regels, gedrag en verbeterkansen. De scan werd daarmee meteen ook een moment van bewustwording. We hebben van dit moment ook een vlog gemaakt om mensen mee te nemen hoe zo’n afvalscan eruitziet.
Bekijk hier de vlog (externe link, opent in nieuw tabblad)


En het resultaat?
- Van de 63,4 kilo geanalyseerd afval blijkt slechts 14,7% daadwerkelijk restafval te zijn. Dit betekent dat 85,3% beter gescheiden had kunnen worden.
- De grootste afvalstroom bestaat uit etensresten: 39,1% van het totaal. Dat is niet alleen een kwestie van scheiden, maar ook van verspilling. Een deel van het eten bleek zelfs ongeopend te zijn weggegooid.
- Daarnaast vormen luiers (19,1%) en PD-afval (14,2%) een groot aandeel in wat nu nog bij het restafval belandt. Ook materialen als papier, glas en plastic worden nog regelmatig verkeerd weggegooid.
- Verder viel het gebruik van wegwerpartikelen, het weggooien van statiegeld en het onjuist afvoeren van wasserijtextiel op.
De belangrijkste lessen
De afvalscan laat duidelijke verschillen zien tussen afdelingen. Op de Kliniek, waar PD-scheiding al is ingevoerd, werd nog ongeveer 6% PD in het restafval aangetroffen. Bij Polder Molens ligt dat op 16% en bij kleinschalig wonen op 22%. Dat laat zien dat ingezette veranderingen effect hebben, maar ook dat er nog ruimte is om verder te verbeteren.
De belangrijkste les is dat voorzieningen alleen niet voldoende zijn. Gedrag en bewustwording maken het verschil. In de zorg, waar het primaire proces vooropstaat, vraagt dat aandacht. En hoewel de scan een momentopname is, zien we dat de grootste winst zit in minder voedselverspilling, beter scheiden en bewuster gebruik van materialen. Met relatief kleine stappen is al snel grote impact te maken voor het milieu én de kosten. Met deze afvalscan is de eerste stap gezet van inzicht naar verandering.

Inco scheiden
Op locatie Bernissesteyn hebben bewoners en medewerkers in 2025 meer dan 6000 kilo incontinentiemateriaal afval gescheiden.
Dit is ingezameld door Netwerk N.V. voor verwerking in de ARN Centrale te Weurt volgens een proces met minder CO2-uitstoot dan de conventionele verbranding (met restafval). De (8%) fractie plastic wordt afgescheiden voor recycling. Op locatie Maria-Oord wordt jaarlijks 25.000 kg incontinentiemateriaal afval gescheiden door de medewerkers en ingezameld door Renewi, maar dit wordt vervolgens verbrand.


Speerpunt
Vervoer
I
n dit hoofdstuk lees je hoe we ons wagenpark verduurzamen. Ook laten we zien hoe we het zakelijke vervoer op brandstof verder terugdringen. Hoe we stap voor stap werken aan een duurzamere mobiliteit.
D
oor te kiezen voor zuinige auto’s volgens de MTZ-eisen, zetten we in op een duurzamer wagenpark. Daarnaast stimuleren we thuiswerken en online overleg om reisbewegingen te beperken. Waar mogelijk kiezen we voor openbaar vervoer en de fiets als duurzamer alternatief.
Careyn werkt daarnaast aan een reductie van 55% in CO₂-uitstoot ten opzichte van 2018, in lijn met de nieuwe MTZ-eis voor zilverniveau en de doelstellingen van de Green Deal Duurzame Zorg. Tegelijkertijd stimuleert Careyn verdere verduurzaming van het wagenpark door – in overleg met management en directie Zorg – bij vervanging van teamauto’s te kiezen voor elektrische varianten.


Ons vervoer: feiten en cijfers
Careyn heeft een wagenpark met 30 auto’s. Dat zijn teamauto’s, (rolstoel)busjes en arbeidsvoorwaardelijke auto’s. Zes van de dertig auto’s zijn eigendom.
Van de 30 auto’s hebben 17 auto’s emissieklasse A. De benzine- of elektrische auto’s met dit label zijn minstens 15% zuiniger dan gemiddeld.
In 2025 is de gemiddelde CO₂-uitstoot van het Careyn-wagenpark verder gedaald naar 68 gram per kilometer (g/km). In 2024 was de uitstoot nog 71 g/km. Deze afname laat zien dat de samenstelling van het wagenpark verder is verduurzaamd en dat de ingezette koers richting lagere CO₂-emissies effect heeft.
In 2025 reden er tien elektrische auto’s, bestaande uit
- drie teamauto’s
- één bestelbus voor gebruik door huismeesters (overdag) en de verpleegkundige achterwacht (in avond-, nacht- en weekeinde)
- zes arbeidsvoorwaardelijke auto’s.
De drie teamauto’s zijn hybride (combinatie tussen benzine en elektrisch rijden). De overige auto’s rijden op benzine of diesel.
Er zijn 150 elektrische fietsen beschikbaar voor medewerkers van wijkverpleging en specialistische teams.
Careyn heeft een wagenpark met 30 auto’s. Dat zijn teamauto’s, (rolstoel)busjes en arbeidsvoorwaardelijke auto’s. Zes van de dertig auto’s zijn eigendom.
Van de 30 auto’s hebben 17 auto’s emissieklasse A. De benzine- of elektrische auto’s met dit label zijn minstens 15% zuiniger dan gemiddeld.
In 2025 is de gemiddelde CO₂-uitstoot van het Careyn-wagenpark verder gedaald naar 68 gram per kilometer (g/km). In 2024 was de uitstoot nog 71 g/km. Deze afname laat zien dat de samenstelling van het wagenpark verder is verduurzaamd en dat de ingezette koers richting lagere CO₂-emissies effect heeft.
In 2025 reden er tien elektrische auto’s, bestaande uit
- drie teamauto’s
- één bestelbus voor gebruik door huismeesters (overdag) en de verpleegkundige achterwacht (in avond-, nacht- en weekeinde)
- zes arbeidsvoorwaardelijke auto’s.
De drie teamauto’s zijn hybride (combinatie tussen benzine en elektrisch rijden). De overige auto’s rijden op benzine of diesel.
Er zijn 150 elektrische fietsen beschikbaar voor medewerkers van wijkverpleging en specialistische teams.

Speerpunt
Eten en Drinken
In dit hoofdstuk lees je hoe we werken aan het verminderen van voedselverspilling, vooral bij de warme maaltijd. Zo meten we elk jaar hoeveel voedsel er wordt weggegooid op de woonzorglocaties met meer dan 30 bedden. Daarbij lees je in een interview met diëtist Judith Martens meer over een pilot omtrent duurzame voeding en eiwitten.
O
m inzicht te krijgen in onze voedselverspilling, hebben we in 2025 op negen woonzorglocaties de voedselverspilling gemeten. Op onze locaties Snavelenburg, Swellengrebel en Warande deden we dit zelfs op meerdere afdelingen.
Met deze resultaten kunnen we leren waar we onszelf kunnen verbeteren, waarmee we uiteindelijk ook het zilverniveau van de Milieuthermometer Zorg kunnen behalen. Uit dertien metingen zien we dat er gemiddeld 18% van het eten werd verspild. Dit is lager dan de norm van 20% voor het zilverniveau volgens het (nieuwe) MTZ-certificeringsschema.
Duurzamer eten in de langdurige zorg bij Swellengrebel
Editorial | Interview met verpleeghuisdiëtist Judith Martens
In 2025 werd op zorglocatie Swellengrebel een nulmeting uitgevoerd om de milieubelasting van cliëntenvoeding in kaart te brengen. Een van de startpunten voor verschillende pilots rondom duurzamer eten in de zorg. Want hoe maak je daarin keuzes voor een kwetsbare doelgroep? In Swellengrebel zochten we naar antwoorden in de praktijk. We vroegen diëtist Judith Martens hoe de pilot in de praktijk eruitzag.


Judith, wat was eigenlijk de aanleiding dat jullie met de nulmeting zijn begonnen?
“Die aanleiding ligt bij de strategie van Careyn. We willen voldoen aan de Greendeal Duurzame Zorg en daarvoor is certificering via de Milieuthermometer nodig. In 2026 willen we zilver behalen. Tegelijkertijd zie je dat zorgverzekeraars vanaf 2030 alleen nog willen samenwerken met organisaties die deze doelen halen.
We weten dat voeding een enorme impact heeft; ongeveer een derde van de klimaatbelasting komt door voedselproductie en -consumptie, vooral door vlees en zuivel. Binnen Careyn zit de grootste winst bij cliëntenvoeding, dus daar zijn we ook begonnen met dat te onderzoeken.”
Wat hield die nulmeting precies in?
“We hebben gekeken naar de bestellingen en het type voeding dat wordt gebruikt en daar een milieuscore aan gekoppeld. Het leverde in het begin ook vragen op. Zoals wat betekent die score precies? En wat ontbreekt er? We hadden bijvoorbeeld weinig inzicht in peulvruchten. Daarom zien we de meting echt als een startpunt om verder te bouwen.”
Jullie hebben het vaak over de eiwittransitie. Wat bedoelen jullie daarmee?
“Het gaat om een stapsgewijze invoering van meer plantaardige eiwitten, omdat dierlijke eiwitten dus een grote impact heeft op het milieu. Eiwitrijke producten zijn vlees(vervangers), vis, kip, tofoe, kaas, melk, kwark, yoghurt, vla, sojadrink, erwtendrink, sojakwark en sojayoghurt, volkoren granen pap, brood, volkoren granen, peulvruchten, noten en pinda’s. Plantaardige eiwitten gezond voor hart- en bloedvaten, bevatten meer vezels en minder verzadigd vet.
Alleen hebben plantaardige eiwitten meestal een lagere eiwit hoeveelheid en -kwaliteit (verteerbaarheid en het aminozuurprofiel) dan dierlijke eiwitten, waardoor er méér van nodig is om dezelfde kwaliteit te bereiken. Dit geeft een extra uitdaging bij bewoners die vaak ook al een verminderde eetlust en dus inname hebben.”
Want gezondheid blijft natuurlijk het belangrijkst.
“Precies. De bewoners zijn veelal een kwetsbare doelgroep, dus veranderingen – zoals meer plantaardig eten – zijn alleen mogelijk als dit medisch verantwoord is én past binnen hun vrijheid en wensen. Je moet dus heel zorgvuldig kijken: wat heeft iemand nodig?”
Hoe maak je dan tóch duurzamere keuzes?
“Door kleine stappen te zetten, maar ook multidisciplinair elkaar te betrekken. We kijken dan per maaltijd: klopt de eiwithoeveelheid – en kwaliteit?”
Hoe ziet dat er concreet uit op het bord?
“Vaak zijn het kleine aanpassingen. We serveren bijvoorbeeld vaker wit vlees zoals kip in plaats van rood vlees, of maken een gerecht met iets minder vlees maar wel voldoende eiwit. We experimenteren met plantaardig verrijkte producten en gebruiken vaker linzen als eiwitbron. Het mooie is: bewoners merken het vaak niet eens.”
Hoe reageren bewoners op deze veranderingen?
“Over het algemeen positief. Woorden als ‘vegetarisch’ of ‘plantaardig’ kunnen weerstand oproepen, daarom benoemen we het minder en laten we mensen vooral proeven. Dan blijkt het meestal gewoon lekker te zijn.”


Wat hebben jullie tot nu toe geleerd?
“We zagen dat er relatief veel rood vlees werd gebruikt. Daar zit dus winst. Tegelijkertijd zagen we dat bestellingen ook worden beïnvloed door persoonlijke voorkeuren en achtergronden van medewerkers, bijvoorbeeld in de keuze voor minder varkensvlees. Het is daarom belangrijk om medewerkers mee te nemen in de verandering. Daarbij spelen ook praktische kaders een rol: voeding moet binnen krappe budgetten passen, terwijl duurzamere producten, zoals haverproducten, vaak juist duurder zijn.
Werken jullie hier alleen aan of met meerdere mensen?
“De pilot is echt een samenwerking van diëtisten, onze smaakchefs van Albron, de zorg, welzijn, facilitair medewerkers, externe partijen en programma’s zoals ‘Goede Zorg Proef Je’. Als multidisciplinair team zoeken we naar de juiste invulling van het voedingsbeleid, en juist dat maakt het waardevol. Je leert van elkaar.”
Wat is de grootste uitdaging?
“De balans vinden. De bewoner staat altijd op één. Mensen houden hun vrijheid om te eten wat ze willen. Maar binnen het aanbod kun je wel sturen, bijvoorbeeld door duurzamere keuzes aantrekkelijker te maken.”
En wanneer is dit project voor jullie geslaagd?
“Als iedereen meedoet. Van kok tot zorgmedewerker. En als we bij een volgende meting echt verschil zien. Zo willen we volgend jaar op meerdere locaties een (nul)meting van de milieubelasting van cliëntenvoeding laten uitvoeren. En als diëtisten blijven we deelnemen aan workshops en kennissessies van Goede Zorg Proef je. Daarbij wordt er ook landelijk vanuit de Versnelling Voedseltransitie Langdurige Zorg gewerkt aan een scholingen voor bijvoorbeeld zorgassistenten.
Voor ons zit de kracht zit in kleine, haalbare stappen. Als je die volhoudt, maak je samen een groot verschil.”

CO2-uitstootreductie
CO2-uitstoot reductie, Green Deal en MTZ-cetificering
Volgens de ondertekende Green Deal Duurzame Zorg 3.0 wil Careyn de CO2-uitstoot terugbrengen met 55% (t.o.v. 2018) in 2030 en klimaatneutraal zijn in 2050.
Daarom koopt Careyn 10% groene, Nederlandse windstroom in en vanaf 2026 zelfs 30%! Die windstroom is CO2-emissievrij.
De grootste bron van de CO2-uitstoot is elektriciteit (45%) en aardgas/warmte (49%, figuur 1). De CO2-uitstoot van vervoer en andere scope 3 emissies zijn nog niet geregistreerd.



Resultaten
De CO2–uitstoot van Careyn was in 2025 iets lager dan in 2024 (figuur 2). De grafiek laat voornamelijk scope 1 en 2 emissies zien. In 2026 werken we aan de registratie van scope 3 emissies. Door de verstoorde registratie van zonnestroom in 2024–2025 lijkt de CO2–emissie hoger dan in werkelijkheid (zie ook paragraaf zonnestroom Energie). De CO2-uitstoot van vervoer en andere scope 3 emissies zijn hierin nog niet verwerkt.
Figuur 2. 
Het niveau van CO2-uitstoot in 2025 is nog wel in lijn met de doelstelling om – ten opzichte van 2018 – elk jaar 5% minder CO2–uitstoot te realiseren (figuur 3). De CO2-uitstoot van vervoer en andere scope 3 emissies zijn hierin niet verwerkt.

Certificering
In april 2025 zijn zes van achtentwintig zorglocaties steekproefsgewijs gecontroleerd volgens het Milieuthermometer Zorg certificeringschema 6. In 2026 zullen de intramurale locaties, concernstaf afdelingen, directies en management geauditeerd worden volgens het nieuwe MTZ-certificeringsschema 7. Dit is een proefaudit op het nieuwe niveau zilver. De eisen van MTZ_s7 niveau zilver zijn in overeenstemming met de doelen van de Green Deal Duurzame Zorg 3.0, die Careyn in november 2023 ondertekende. In 2027 wordt het definitieve, nieuwe certificeringsniveau bepaald.

Wist je dat…?
I
Hoe onze afgeschreven ICT-apparaten nog steeds van waarde zijn
Editorial | Interview met Diana van Doorn – Device Management
Als je denkt aan duurzaamheid in de zorg, denk je waarschijnlijk aan voeding, energie of misschien afvalscheiding. Maar smartphones, laptops en oude kabels? Diana van Doorn werkt bij Device Management en is al meer dan tien jaar betrokken bij het duurzaam verwerken van apparatuur met de organisatie WeCollect. Wat dit precies inhoudt? We gingen met Diana in gesprek.


De start van de samenwerking
“In de periode van 2014 zaten we als ondersteunende dienst nog in het Coca-Cola-gebouw in Rotterdam-Alexandrium. Ik weet nog goed dat er toen een belletje binnenkwam van WeCollect met de simpele vraag: “Of wij iets doen met het afvoeren van oude ICT-apparatuur?” Diana antwoordde: “Niet echt.” Maar doordat Careyn rond 2010 werd gefuseerd met regio Utrecht, werd het telefoonbeheer later ook overgenomen. Hierdoor moesten veel oude telefoons van collega’s worden ingewisseld voor nieuwe telefoons, en kwamen er ineens een enorme voorraad oude Nokia’s binnen. En ja, dan moet je iets. Dus dat ene telefoontje, dat werd de start van iets groters.”
WeCollect
Door WeCollect werd het mogelijk om oude smartphones, laptops, beeldschermen én allerlei randapparatuur op een verantwoorde manier af te voeren. Zo verwerkt WeCollect apparatuur op een duurzame manier: opknappen (refurbish) voor hergebruik (reuse) of slopen met behoud van de waardevolle metalen en onderdelen (recycle).
Zo ontstond er een nieuwe aanpak voor de afvoer van apparaten. Daarbij werd er een mooie regeling getroffen waarmee we afvoerkosten konden besparen, en we konden een deel van de opbrengst doneren aan goede doelen. Denk aan KiKa, Make-A-Wish en andere zorggerelateerde initiatieven.
Hoe het werkt
Maar om dit goed te regelen, gebeurt er achter de schermen verrassend veel. “Elk toestel wordt eerst volledig opgeschoond, teruggezet naar fabrieksinstellingen en administratief verwerkt. Vervolgens worden alle IMEI-nummers geregistreerd in een Excelbestand – dat teruggaat tot 2014. Dit is vooral nodig voor privacy, veiligheid én om precies te kunnen aantonen wat er met elk apparaat is gebeurd. Want stel je voor dat er ergens iets opduikt wat eigenlijk al vernietigd had moeten zijn. Ja, dan wil je je zaakjes op orde hebben. Alles wordt gecontroleerd, vergeleken en dubbel gecheckt”, vertelt Diana.
Van een paar toestellen naar duizenden apparaten
“We verzamelen de apparatuur netjes in dozen en wanneer deze vol zijn, melden we dit bij WeCollect om op te komen halen.” Volgens Diana zijn er inmiddels duizenden apparaten verwerkt. “Jaarlijks gaat het om zo’n 300 tot 500 stuks per zending. Van smartphones en laptops tot beeldschermen, kabels en opladers. En alles met hetzelfde principe: niets onnodig bij het afval, alles zo duurzaam mogelijk verwerkt”
“Wat dus begon als een praktische oplossing, is inmiddels uitgegroeid tot iets waar trots op wordt teruggekeken. Niet omdat het zo bedacht was, maar juist omdat het zo gegroeid is. “Dit is alleen mogelijk met een team van zorgvuldige collega’s.”


Wist je dat…
we bij Careyn kritisch kijken naar hoe we printen en scannen? En dat al begint bij de inkoop?
Nieuwe printers worden alleen aangeschaft als het echt nodig is. Zo bleek uit een recente analyse dat we met 25% minder apparaten toe konden, een flinke winst voor zowel kosten als milieu.
Ook bij de keuze van printers speelt duurzaamheid een grote rol. We volgen onder andere de eisen van de Milieuthermometer Zorg en de Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI) criteria van PIANOo, expertisecentrum Aanbesteden van de Nederlandse overheid. Zo zorgen we dat onze keuzes passen binnen Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen.
Maar de grootste impact? Die ligt bij ons eigen gedrag. Alles wat digitaal kan, hoeft niet geprint te worden. Elke printopdracht kost namelijk energie: het apparaat moet uit stand-by komen en gaat actief aan de slag. Minder printen betekent dus direct minder energieverbruik. We kijken continu of we het aantal printjes kunnen verminderen door procesverbetering. Zoals het plan om een overstap te maken naar Medimo, een compleet elektronisch voorschrijf- en toedienregistratiesysteem voor een veilig en efficiënt medicatieproces. Gezien dit wordt gekoppeld aan het electronisch cliëntendossier (ECD), zal dit voor aanzienlijk minder printjes zorgen.
En wat gebeurt er met oude printers? Die gaan terug naar leverancier Ricoh, die zorgt voor recycling. Zo blijven materialen zoveel mogelijk in de keten. Kortom: duurzaam printen zit niet alleen in techniek of beleid, maar vooral in bewust gebruik. Minder printen maakt het verschil.







